De financiële toekomst van de gemeente is onzeker
Samenvatting van de bijdrage van D66 aan het debat in de gemeenteraad van maandag 28 juni 2010
De voorjaarsnota en de eerste financiële rapportage over 2010 laten een somber beeld zien en plaatsen de nog relatief stabiele jaarrekening 2009 in een vervelend perspectief. Hoe gaat deze gemeente in de toekomst haar taken uitvoeren binnen de verwachte kaders van een structureel afnemende financiering? Hoe zullen de grote projecten binnen onze kleine gemeente uitpakken? Hoe zal voor de verschillende kernen de toekomst eruit zien? En hoe zal deze gemeente ook zijn eigen organisatie gaan aanpakken? Dit zijn allemaal grote vragen die in de onderliggende documenten nog niet worden beantwoord en om begrijpelijke redenen nog even worden doorgeschoven.
D66 onderschrijft in beginsel het standpunt van het college dat tot de vaststelling van de begroting voor 2011 slechts nog noodzakelijke investeringen/uitgaven worden gedaan. De prioritering met betrekking tot toekomstig beleid wordt hiermee dus vooruitgeschoven naar het najaar van 2010. In de tussentijd verwacht D66 dat er door het college goed op de winkel wordt gepast.
In de tussentijd zullen we als gemeente een soort masterplan bezuinigingen moeten gaan opstellen. D66 is van mening dat uit de huidige rapportages te weinig informatie is te verkrijgen over de geplande uitgaven/investeringen per dorpskern en dus ook van het effect van het uitstellen of schrappen van deze investeringen/uitgaven. Wat ons betreft begint daar het traject. We zullen de kernen zelf een stem moeten geven. Niet bij de vraag óf er bezuinigd dient te worden. Ook niet bij de vraag hoeveel er bezuinigd dient te worden, maar bij de vraag waarop. Uiteindelijk zullen de inwoners van kernen met elkaar moeten gaan beslissen wat ze liever willen: een kunstgrasveld of nieuwe en betere straatverlichting; een zwembad of een brede school. D66 is van mening dat alleen deze ‘dorpsdemocratische’ weg zal leiden tot maatregelen die breed gedragen worden.
Voorts is D66 van mening dat de gemeente en haar eigen ambtelijke organisatie niet ontzien dient te worden in de bezuinigingen. Ook hier zouden we gebruik kunnen maken van de ideeën en meningen van de ambtenaren zelf. Laat ze zelf een voorstel doen op welke plekken er bezuinigd kan worden, zij zijn immers de mensen met de kennis en zij zouden mooie voorzetten kunnen geven hieromtrent. Voorzetten die het college slechts nog hoeft in te koppen.
Tevens zal er een fundamentele discussie plaats moeten vinden over de taakopvatting van de gemeente. Naar ons idee zijn er verschillende terreinen waar de gemeente meer doet dan wettelijk noodzakelijk is. Daar kunnen goede redenen voor zijn, maar juist nu zullen we ons keer op keer moeten afvragen of we niet teveel doen. Dat kan vervelend uitpakken, maar dat zij zo. Deze bezuinigingen zullen immers iedereen raken. Voor een stabiele gemeentelijke toekomst vindt D66 het zetten van de tering naar de nering een absolute must!